De Boermarke

Het bestuur (de volmachten) van de Boermarke in Gees bestaat uit de volgende personen:

Voorzitter: Lucas Zwaan
Secretaris: Gerard Hegen
Penningmeester: Jaap Euving

De Boermarken (vaak ook marken genoemd) zijn ontstaan toen nomadenstammen akkerbouw gingen bedrijven. Het collectief gebruik door een stam van het in bezit genomen gebied is eigenlijk de oervorm van een marke. Marke betekende oorspronkelijk "grens". De markegronden vormden een begrensd gebied dat bij een nederzetting/dorp behoorde. Een dergelijk gebied werd eveneens met de naam Marke aangeduid. Duidelijk vorm en organisatie kregen de marken pas in de 13e eeuw. De bevolkingstoename bracht het gevaar met zich mee, dat de uitgestrekte velden, bossen en venen ronds de dorpen niet meer in voldoende mate beschikbaar zouden blijven voor iedereen.

Daarom zijn toen door samenwerking van de boeren in de dorpen eigenlijk spontaan marke-organisaties ontstaan. In onderling overleg tussen boeren uit verschillende dorpen werden markegrenzen vastgesteld en er werden regels opgesteld voor het gebruik van het gemeenschappelijk gebied. De erven bij de boerderijen en de bouwlanden bij de dorpen (de essen) bleven particulier bezit. Marken kwamen niet alleen voor in Drenthe, maar ook in Groningen, Friesland, Overijssel en Gelderland en zelfs in Utrecht en Brabant. En wat het buitenland betreft in West-Duitsland, Denemarken en Zwitserland.

In de verschillende gebieden kende men verschillende typen van marken. In Drenthe kennen we vanouds de zogenaamde vrije marken. Dat wil zeggen, dat hier geen sprake was van één grootgrondbezitter -zoals in Brabant bijvoorbeeld een edelman (Heer) of een Klooster -maar van eigenaren die ongeveer of helemaal gelijke rechten hadden, de markegenoten. Dat waren oorspronkelijk de vrije, eigenerfde boeren; boeren die een eigen erf hadden (een boerderij met omliggend terrein) en een stuk grond op de es. De pachtboeren en de kleine boeren, vaak tevens landarbeiders behoorden niet tot de markegenoten.

Iedere eigenerfde boer had een aandeel in de marke. Een dergelijk aandeel wordt waardeel genoemd. Aan de hand van de hoeveelheid waardelen die men had werd onder meer bepaald hoeveel plaggen men mocht steken, hoeveel hout men mocht kappen, hoevell vee men mocht laten weiden op de gemeenschappelijke weiden en schapen op de heide en hoeveel telgen (jonge bomen, meestal eiken) men moest planten. Vertrok een eigenerfde boer van zijn boerderij, dan liet hij zijn rechten als markegenootbij de boerderij, die rechten deed men dus mee over. In de loop van de eeuwen is dit stelsel van de grond gebonden waardelen verwaterd. Ze zijn nu zelfs verhandelbaar.

In het Landrecht van 1412 bleven de Drenthen het recht behouden markezaken te behandelen en om bepalingen, verordeningen, te maken over de omheining van de essen en over andere zaken de landbouw, de veeteelt en de bosbouw betreffende. Die verordeningen werden "willekeuren" genoemd. Een recht dat de eigenerfde boeren ook hadden was het jachtrecht. Dit had dus ook het waardeelbezit als grondslag. De door de markegenoten gekozen volmachten vormden in feite het dagelijks bestuur van een marke. Zij traden namens de gemeenschap op, zorgden voor uitvoering van besluiten en hadden het recht van executie. Op de begroting van een marke kwamen als inkomstenposten onder meer voor de opbrengsten van de jaarlijkse houtverkoop en de verhuur van het jachtveld. De uitgaven bestonden in hoofdzaak uit de kosten van onderhoud van zandwegen en afwateringen. De marke-organisatie voorzag in alle behoefte van een Drents dorp. Verdere bestuursorganen waren toen niet nodig. Na de inlijving bij Frankrijk bleef er van de publiekrechtelijke taak van de marken, het maken van verordeningen (willekeuren) niet veel meer over. Dit soort zaken ging over naar de gemeenten. Naarmate de bestuursorganen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen meer taken tot zich trokken verloren regelingen en werkzaamheden in markeverband meer en meer hun betekenis.

Toch bleven in de provincie Drenthe de Boermarken op vele plaatsen actief in de plattelandsgemeenschap. Het bestaansrecht van de Boermarken in Drenthe is gebaseerd op de verhuur van de jacht. Bijna alle verhuur van de jacht geschiedt via de Boermarken die daardoor een vinger aan de pols kunnen houden voor een goed beheer. Met de jachtgelden kunnen Boermarken vaak sociaal culturele activiteiten in hun omgeving steunen.Met het geld wordt vaak ondersteuning gegeven aan het sociaal- en culturele leven van de plattelandsgemeenschap, zoals bijvoorbeeld dorpshuizen, scholen. Ook worden vaak brinken, ijsbanen, wegen en bosjes onderhouden door de Boermarke.
Het welslagen van diverse projecten waarbij de Boermarken betrokken worden, is gebaseerd op de verwevenheid met en het vertrouwen van de Boermarke in de streek. De Boermarke is in staat mensen in de gemeenschap te mobiliseren voor diverse projecten. Op basis van vrijwilligerswerk komt veel tot stand.